Loosduinen is een wijk van Verhuisbedrijf Den Haag en ook een voormalig Westlands tuindorp dat in 1923 is gefuseerd met de stad Den Haag. Vanaf het begin van de jaren zeventig is op de plek van het oude centrum een winkelcentrum gebouwd voor de hele wijk. Loosduinen heeft een oppervlakte van 13 km², ruim 22.500 woningen en 45.865 inwoners (2015). [1]

De wijk Loosduinen omvat de districten:

De naam Loosduinen komt in de naam ‘lege duinen’. Het oorspronkelijke dorp lag in een duingebied dat in het binnenland kwam door biologische landwinning. Deze woestijnen speelden geen rol meer als zeewering en waren zo ‘pty’.

De bijnaam van de vroegere bewoners was ‘Peenbuiker’, misschien omdat de meeste pioenen in dit tuinbouwgebied werden geteeld. Het verhaal gaat dat, omdat er zoveel wortelen zijn geteeld, de tuinbouwers hun wortelen bij de sloten hebben schoongemaakt om zo mooiere wortelen te hebben dan de concurrentie en dus de mogelijkheid hebben om meer te verkopen. Om de wortelen te kunnen wassen, lagen de vissers op hun buiken naast de sloten, zodat hun buiken met modder bedekt waren. Vandaar de naam peenbuiker.

De titel verscheen voor het eerst in 1186 toen de latere graaf Dirk VII trouwde met Aleid van Kleef uit de ‘villa’ Losdun. Net als Den Haag ontstond het oude dorp Loosduinen aan een oever, waar aan het eind van de twaalfde eeuw door graaf Floris III een ‘villa’ (boerderij) werd gesticht. In die jaren is er sprake van ‘Losdun’. Floris IV, dezelfde die begon met de bouw van het Binnenhof, stichtte rond 1230 een cisterciënzerinnenklooster te Loosduinen, waar de huidige abdijkerk, Willem-III-straat 40, een overblijfsel is. Na 1276 kreeg het dorp enige status als bedevaartsoord vanwege het ‘wonder van Loosduinen’: in dat jaar zou gravin Margaretha van Henneberg 364 kinderen hebben gebaard.

Administratieve indeling
Het gebied van Loosduinen vormde nauwelijks een eenheid in de geschiedenis, waarbij een onderscheid kan worden gemaakt tussen de dorpskern van Loosduinen en de totale oppervlakte van Loosduinen. De helft van dit gebied maakte administratief gezien deel uit van Haag-Ambacht. De andere helft vormde een hoge heerlijkheid met de naam Half-Loosduinen, maar dat gebied is op zijn beurt weer opgedeeld in Monster, dat de leiding had over het bestuur, Poeldijk en Terheijde. De prinsen van Oranje waren de ambachtslieden van de regio. Aan het einde van de negentiende eeuw kwam deze situatie tot een einde, na de Bataafse Revolutie, die veel bestuurlijke hervormingen met zich meebracht, waaronder de afschaffing van de heerlijkheden. Nadat het gebied van de voormalige Nederlanden in 1810 door keizer Napoleon aan Frankrijk was geannexeerd, was in 1811 bij keizerlijk besluit bepaald dat Loosduinen met Eikenduinen en Poeldijk, inclusief Kwintsheul, een zelfstandige gemeente van Loosduinen kon vormen. Kort daarna benoemde prefect Goswin de Stassart sinds de eerste maire (burgemeester) Franc van der Goes.
De onafhankelijkheid van de gemeente Loosduinen duurde tot 1923 en werd grotendeels toegevoegd aan de gemeente Den Haag, onder de voorwaarde dat er een rioleringssysteem werd aangelegd. Poeldijk werd daarvan afgescheiden, maar vanaf dat moment maakte Eikenduinen deel uit van Den Haag, dat al snel veel nieuwe woningen ging bouwen voor zijn groeiende bevolking. De huidige wijk Loosduinen is aanzienlijk compacter dan de oorspronkelijke regio Loosduinen en bestaat voornamelijk uit woonplaatsen die in de afgelopen drie decennia op voormalige tuinders zijn gebouwd. Daarnaast is er een groot psychiatrisch ziekenhuis met een parkachtig ontwerp, Bloemendaal, bestaande uit villa’s en paviljoens (Huis Oud-Rozenburg) gebouwd rond een achttiende-eeuws landhuis. De badplaats Kijkduin ligt aan de zeezijde van de wijk aan een prachtig duinlandschap.

Open chat
Vragen?
Hallo! Waar kan ik je mee helpen?